Schrijfatelier

Zowel in het BOp als in de bibliotheek van Ukkel organiseren wij een schrijfatelier. Dit atelier creëert een veilige en gemoedelijke omgeving waarbinnen we je willen stimuleren om te schrijven. Interesse om vrijblijvend deel te nemen aan een schrijfatelier? Contacteer Bart Braeckevelt, bart.braeckevelt@bop.brussels, tel. 02 210 04 75.

Op 10 september jl. overleed Werner De Bus. Werner was een zeer gedreven en gewaardeerd deelnemer van het Schrijfatelier. Hieronder lees je een van zijn bijdragen voor het atelier.  

KAN HUMOR DE MENS REDDEN? 

Naar aanleiding van de aanslag op de medewerkers van het satirisch weekblad Charlie Hebdo in Parijs was er heel wat te doen rond de vrije meningsuiting en de vraag of men met alles en iedereen mag lachen?

De maatschappijkritiek in de humor blijkt al heel duidelijk in de rol van de hofnar en in de carnavalstoeten. Ook in de clownerie en de Italiaanse Commedia dell’arte wordt er gespot met de hogere sociale klassen. Geert Hoste lacht met de politici en de koninklijke familie.

Maar wat is humor en hoe werkt het? Waarom lachen we? Filosofen zoals Henri Bergson[1] hebben dit onderwerp ontleed. Er bestaat zelfs een wetenschap die dit bestudeert, namelijk de humorologie. Er worden ook humoristische festivals georganiseerd, zoals het Humorologie festival in Marke, het Festival international du Rire in Rochefort, het Festival Juste pour Rire in Montreal en ComediHa! (festival du Grand Rire de Québec). 

Onlangs nam ik het boekje “Humor inzicht dat verlicht” van Paul Liekens ter hand. Paul Liekens verdiepte zich in het Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) en in bewustzijnsverruimende studies. Hij schrijft “dat humor ontstaat in een verhaal of in een situatie als je per ongeluk of bewust twee programma’s door elkaar mengt.” . Hij geeft het voorbeeld van het lachen met een deftige dame die uitglijdt over een bananenschil: “je vermengt het programma van de deftige dame en al wat daar mee samenhangt met iets anders. Je verwacht niet van een deftige dame dat ze over een bananenschil valt.” (p. 12). Dit doet uiteraard denken aan een komiek zoals Charlie Chaplin of aan een clown. Paul Liekens, zover ik weet geen familie met Goedele Liekens, verwijst ook naar de Engelse serie “Moeders mooiste” waarin Frank Spencer[2], de onschuld zelve, bijvoorbeeld alles op de meest onmogelijke manieren in het honderd doet lopen. Volgens de auteur van het hierboven geciteerde boekje is de Nederlandse cabaretier Toon Hermans een meester in het door elkaar halen van programma’s.

Wat humor in de ogen van Paul Liekens zo interessant maakt, is de verlichting die het je verschaft. “Door humor leer je afstand nemen van de belangrijkheid van de dingen die met het ego te maken hebben. Zo leer je de relativiteit in te zien van gebeurtenissen die maken dat het ego zich goed gaat voelen en zich opblazen. Een keertje goed lachen als je met je waardigheid over een bananenschil bent uitgegleden …” (p. 9)

Humor heeft dus een therapeutische waarde en dus stelt de schrijver de vraag aan de lezer: “Hoe kun je bij jezelf het gevoel voor humor aankweken of verbeteren?[3]

Om mensen uit de slop te helpen, die communicatieproblemen hebben of vastzitten in een bepaald verwachtingprogramma, heeft Paul Liekens een oefening die erin bestaat “om als het ware uit je lichaam te stappen met je bewustzijn en ergens aan het plafond te gaan hangen terwijl je naar jezelf kijkt. Dat noemen ze dissociëren.

Volgens de auteur heeft deze positie het voordeel dat je de zaak uit een andere hoek bekijkt en je je er niet zo erg bij betrokken voelt. Op die manier ervaar je niet te sterk de emoties die met een situatie gepaard gaan.

Als je gedissocieerd naar iets kijkt ben je letterlijk iets afstandelijker en dat betekent minder meegesleept door de situatie. Als je minder meegesleept bent, dan heb je meer tijd om de dingen te bekijken die voor je neus gebeuren. Die tijd kan je benutten om de gebeurtenissen uit twee verschillende hoeken te bekijken. In de eerste plaats je gewone manier om naar de wereld te kijken, maar je zou ook als een clown of een kind kunnen kijken. Een kind ziet de dingen anders dan een volwassene. Op tv ziet het kind niet een minister maar een man met een kale kop of een dikke buik. Liekens geeft nog een ander voorbeeld. Tijdens de kerkdienst komt iemand rond met de schaal om geld voor het onderhoud van het gebouw. De volwassenen zal een geldstuk op de schaal leggen, maar een kind ziet een vriendelijke meneer die tegen haar lacht en die haar een schaal met centjes aanbiedt waaruit het blij een grabbel zal doen.

Kijken als een kind kan je leren want we zijn allemaal ooit eens kind geweest. Als je een vergadering als een kind ervaart, kan een vervelende vergadering er heel anders uit gaan zien.

Het dissociëren kun je oefenen, eerst met herinneringen, en daarna kun je het ook eens proberen met de situatie waar je je nu in bevindt. Neem bij voorkeur slechte of droevige herinneringen, waarbij je jezelf gedissocieerd de dingen ziet beleven alsof je jezelf op een film ziet. Je zult merken dat het pijnlijke van de herinnering eraf gaat. Door op die manier te oefenen sla je twee vliegen in een klap (…). Ten eerste leer je de vaardigheid aan om te dissociëren wanneer je maar wilt, en ten tweede verzwak je de herinnering en de gevoelens die ze meebrengen, in je onderbewuste. Zodoende verlicht je de last van het verleden.

Paul Liekens vertelt in zijn boek dertien verhalen waarin hij het relatieve illustreert. Enkele verhalen bevatten oosterse wijsheden.

In het verhaal van de professor en zijn twee kinderen vertelt hij hoe elk kind in dezelfde situatie anders reageert: het een kind ziet alles door een optimistische bril, terwijl het andere kind alles als negatief ervaart.

In zijn epiloog concludeert de auteur als volgt: “Wat ik wil zeggen met dit boekje is dat je te allen tijde iets wat saai en vervelend is, kunt omtoveren tot iets leuks zonder dat je per se verliefd hoeft te zijn en zonder dat het de ‘waarheid geweld aandoet’. (…) Waarde lezer(es), het enige wat jij nu nog moet doen is niet bij de pakken neer blijven zitten, de kat niet uit de boom blijven kijken, de kaas niet van je brood laten eten, de moed niet in je schoenen laten zakken, maar de stier bij de horens vatten, de zaak aan het rollen brengen en aan de slag ermee.” (p. 88).

Dus wat mij betreft een aanrader.

 

Werner De Bus                                                                              Brussel, 11 mei 2015