Schrijfatelier

Zowel in het BOp als in de bibliotheek van Ukkel organiseren wij een schrijfatelier. Dit atelier creëert een veilige en gemoedelijke omgeving waarbinnen we je willen stimuleren om te schrijven. Interesse om vrijblijvend deel te nemen aan een schrijfatelier? Contacteer Bart Braeckevelt, bart.braeckevelt@bop.brussels, tel. 02 210 04 75.

Hieronder lees je een verhaal van een deelnemer van het schrijfatelier in het BOp.  

Clownfobie of clownfilie?

Een van mijn talrijke hobby's is clownerie. Clowns zijn meestal fascinerende figuren en hebben heel wat succes bij kinderen. Maar in 2016 daagden in Amerika en in Europa enge clowns op die er hun plezier in vonden om mensen angst aan te jagen. De Amerikaanse schrijver Stephen King schreef in 1986 een horrorroman “It” (“het”) over een moordende clown. “It” werd in 1990 ook als miniserie door de Amerikaanse tv-zender ABC uitgezonden en kwam dit jaar uit als film “It: part 1 – The Loser's Club”. Heel wat professionele clowns konden er niet mee lachen en Stephen King bood zijn excuses aan. Nochtans zei hij dat de angsten uit onze kindertijd verzinnebeeld worden door de figuur van de clown. Hij voegde eraan toe dat kinderen altijd al door clowns geterroriseerd worden. Ik heb op het internet gevonden dat er zelfs een fobie voor clowns bestaat waarvoor je je kan laten behandelen.

Zaterdag 22 april “Dag van de netheid”, deed ik met mijn collega straatanimatie als clown straatveger in hartje Brussel. In begin liep alles op wieltjes. We hielden een halte aan het standbeeld van Manneken Pis die verkleed was in straatveger. We hadden veel bewonderaars die ons fotografeerden. Daarna liepen we Carine Lalieux, schepen van netheid, tegen het lijf. Ze was één en al vriendelijkheid voor ons.

Op een zeker moment liepen we op het voetpad en ontmoetten we een man met een peuter op zijn arm. Hij duwde het kind richting mijn collega, maar het kind pruttelde tegen, trok zich weg en begon te huilen. Blijkbaar had het de schrik van zijn leven toen hij onze wit geschminkte gezichten, onze rode lippen en onze valse zwarte wenkbrauwen zag.

Op weg naar huis zag mijn collega een vader met een kind voor hem lopen. Hij nam zijn stofborstel en begon het haar van het kind af te stoffen. Opeens draaide de vader zich om en riep: blijf van mijn kind af”. Hoe kon ik de zaak redden, vroeg ik me af. Ik zei tegen mijn collega: “ga in de hoek staan” en gaf hem ervan op zijn achterste met mijn bezem. Ik sprak toen de vader aan en zei dat ik mijn collega gestraft had. De vader antwoordde: “dat is maar goed ook”. Een clown moet kunnen improviseren!

Werner De Bus